Hollands/Haags licht in het Gezicht op Den Haag van Jan van Goyen, Haags Historisch Museum

Hollands licht, Haags licht. In Den Haag komt het allemaal voor en samen. Buiten, in de stad en aan zee. Binnen, in de collecties van de musea. In het verlengde van de film Hollands Licht bedachten we het Haags Lichtcirculatieplan: een wandeling danwel rondleiding door Den Haag, hoofdstad van het Hollandse en Haagse licht. Een reis van het 17de-eeuwse licht in het werk van Van Goyen, Vermeer, Potter en tijdgenoten (Het Mauritshuis & het Haags Historisch Museum), langs dat van de 19de-eeuwse Haagse Schoolschilders en de diamanten van Piet Mondriaan in het Gemeentemuseum en Mesdags Panorama naar de kust, het Hemels Gewelf van Turrell, en dan de zee en de ruimte waar het licht zijn zilvergrijze glans aan ontleent.

De collecties van de musea tonen de hoogtepunten van het geschilderde Hollandse en Haagse licht, het Hemels Gewelf in Kijkduin is een observatorium voor het natuurlijke ‘Hollandse’ licht. Hier kun je, vanuit de ‘oogkas’ in de puinduinen, het licht en de ruimte als materie ervaren.

Wat Den Haag in cultureel opzicht bijzonder maakt is de kwaliteit van het licht, dat door de eeuwen heen door de Hollandse schilders is vertaald en weergegeven in een enorme hoeveelheid schilderijen, waarvan een groot deel ín Den Haag is te zien. Het beroemde Hollandse licht, dat in de schilderkunst een uniek en internationaal bekend fenomeen is, heeft dankzij de 19de eeuwse ‘schilders van het grijze licht’ een lokale variant opgeleverd: de Haagse School.

In het Mauritshuis, Museum Bredius en het Haags Historisch Museum is het Hollandse licht te zien in schilderijen van Vermeer, Van Goyen, Van de Velde, Potter, Van Ruisdael, Koninck, Heda en vele andere 17de eeuwse schilders. Stadsgezichten landschappen, zeegezichten en stillevens. Het is de manier waarop de aanwezigheid en werking van het licht door de schilders is gezien en is vertaald in verf op doek, die juist die werken tot hoogtepunten van de Hollandse schilderkunst maken, en daarmee van het Hollandse licht.

Detail: Schepen op de rede, Willem van de Velde jr, Mauritshuis

Waarneming
De Nederlandse cultuur kenmerkte zich in de 17de eeuw door een bijzondere aandacht voor de waarneming, zowel in de schilderkunst als in de natuurwetenschappen. Sommige schilders experimenteerden met lenzen en de camera obscura, wat het bewustzijn van de waargenomen werkelijkheid en de werking van het licht sterk verhoogde.

Eén van de belangrijkste wetenschappers die ons land ooit gehad heeft, Christiaan Huygens, ontwikkelde in de 17de eeuw in de Haagse regio zijn beroemde en baanbrekende theorie over de werking van het licht. Aan de Paviljoensgracht schreef Baruch de Spinoza zijn Ethica. Om in zijn onderhoud te voorzien was de wereldberoemde filosoof, een even scherp denker als waarnemer, ook lenzenslijper. Alles leek in die 17de eeuw gericht te zijn op waarneming. Toen Constantijn Huygens terugkeerde van zijn bezoek aan London (jaren 20, 17de eeuw), had hij van de uitvinder Cornelis Drebbel een camera obscura meegekregen. Hij toonde het aan vrienden en kennissen, waaronder Johannes Torrentius. Op het Voorhout. Het leek hem voor de schilders een geweldig hulpmiddel om nog beter naar de werkelijkheid te kunnen schilderen. En dat was ook zo. Door zo’n camera obscura zie je de werkelijkheid anders, en vertaal je die werkelijkheid naar het platte vlak van een schilderij, dan ontstaat een nieuw soort schilderkunst.

Van het Mauritshuis, het Haags Historisch Museum en Museum Bredius is het een korte wandeling naar het Panorama Mesdag, één van de hoogtepunten van de 19de eeuwse Haagse School, en daarmee van het Haagse licht.

Er is een directe relatie tussen Panorama Mesdag en het Hemels Gewelf van Turrell in Kijkduin. Beide panorama’s spelen met de waarneming van de kijker, beide werken betreed je door eerst door een donkere gang of trap omhoog te gaan en in beide werken spelen het licht, de ruimte en illusie een belangrijke rol. Het Panorama Mesdag zet de tijd stil, het panorama van Turrell maakt je bewust van de tijd die verstrijkt en de ruimte waarin wij leven. Na Panorama Mesdag en Museum De Mesdag Collectie aan de Laan van Meerdervoort,  voert de Lichtcirculatieroute naar het Gemeentemuseum, dat beschikt over een uitzonderlijke collectie schilderijen van de Haagse School.

Panorama Mesdag

‘Licht en lucht, dat zijn de grote tovenaars’, aldus Jan Hendrik Weissenbruch, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Haagse School. ‘We moeten het van boven hebben’.

Schilders van het ‘grijze licht’ werden ze genoemd, de schilders van de Haagse School. Ze schilderden aan zee en in de duinen bij Kijkduin en Scheveningen, in de stad en in de polder. Geïnspireerd door het werk van hun 17de-eeuwse voorgangers creëerden ze een nieuw soort landschapsschilderkunst waarin het Hollandse en Haagse licht misschien wel het belangrijkste onderwerp was. Weissenbruch, Gabriël, Mesdag, Mauve, Israëls – bezoek je het Gemeentemuseum, dan struikel je bij wijze van spreken over de werken van de Haagsche School. Dankzij de schilders van de Haagse School heeft Den Haag een soort patent op het Haagse licht als lokale variant op het Hollandse licht.

 

Jan Hendrik Weissenbruch, Strandgezicht 1887, Gemeentemuseum Den Haag

 

7afd986e2e74a8fa92c01f83059584c5

Piet Mondriaan, Pier and Ocean, 1914 (houtskool op papier), Gemeentemuseum Den Haag

In het werk van Piet Mondriaan dat in het Gemeentemuseum te zien is, speelt het Haagse licht weliswaar geen rol (wel het Hollandse en het Zeeuwse); zijn abstracte werken worden algemeen beschouwd als puur Hollands: ‘diamanten’ van Hollands licht. Beeldend kunstenaar Jan Dibbets ziet, zo zegt hij in de film Hollands Licht, het verschil niet tussen het Gezicht op Delft van Johannes Vermeer en het abstracte werk van Mondriaan.

Piet Mondriaan, Compositie met gele lijnen (Gemeentemuseum)

Het Hemels Gewelf is het voorlopige eindpunt van de Haagse lichtroute. In dit panorama van James Turrell komt alles in al zijn abstractie én concrete werkelijkheid samen: de specifieke kwaliteit van het licht, de bijzondere manier waarop dat licht en de hemelkoepel vanuit het Hemels Gewelf bijna tastbaar worden, het bewustzijn van je eigen waarneming, de sensatie vervolgens van het uitzicht over de duinen en de zee, de ontdekking dat je ook daar onder de hemelkoepel staat, die geleidelijk platter lijkt te worden in de richting van de horizon. Een absoluut bijzondere ervaring. Een samenspel van waarneming, cultuur, natuur, ruimte en licht.

Bij het ontwerpen van zijn Hemels Gewelf liet Turrell zich inspireren en leiden door het werk van de Nederlands-Belgische sterrenkundige Marcel Minnaert, in het bijzonder diens ‘Licht en Kleur in het Landschap’ uit 1937. Minnaert was een buitengewoon bevlogen wetenschapper, die bij alle waarnemingen die een mens (in de vrije natuur maar ook in de stad) doet, naar natuurkundige verklaringen zocht. Of het nu gaat om de groene flits die je soms aan zee kunt zien als de zon bijna ondergaat, hoe allerlei bijzondere maar alledaagse lichtverschijnselen zijn te verklaren, het zingen van het zand in de duinen, waarom de lichtvlekken onder bomen ellipsvormig zijn en waarom sterren fonkelen.

Hemels Gewelf, Kijkduin (Foto Gerrit Schreurs, collectie Stroom, Den Haag)

 

Voorstel: Landschapspark KIJKduin

In het verlengde van het Lichtcirculatieplan ontstond het idee voor: Landschapspark KIJKduin. Ontwikkeld voor Stroom en de gemeente Den Haag, nog niet gerealiseerd. Het idee is simpel: maak van de puinduinen en directe omgeving in Kijkduin een nieuw landschapspark met kunstwerken die de waarneming intensiveren. Nieuw werk van Turrell, en van andere kunstenaars die met hun werk het kijken verbijzonderen en de fenomenale werkingen van de natuur dichterbij brengen. Landschapspark KIJKduin als de omgeving in Nederland, waar de visuele waarneming wordt geïntensiveerd: de ruimte, de natuur, de verschillende landschapstypen en het Hollandse/Haagse licht dat zo bijzonder is dankzij de aanwezigheid van de zee.

Landschapspark KIJKduin zou zodoende het eindpunt vormen van de Haagse Lichtcirculatieroute, perfect aansluitend bij de collecties van de belangrijke Haagse musea (Hollands licht / Haags licht). De te realiseren kunstwerken en observatiepunten prikkelen de nieuwsgierigheid, wekken verbazing, spelen met de waarneming, openen je ogen, laten je iets nieuws zien, of iets bekends – maar dan op een nieuwe manier.

Een bezoek aan Landschapspark KIJKduin zou te vergelijken moeten zijn met de sensatie die je ondergaat als je het Panorama Mesdag opnieuw of voor het eerst ziet. Het gaat om die plotselinge sensatie die er voor zorgt dat je, al is het maar even, buitengewoon verbaasd bent over wat je ziet. Na een bezoek aan of wandeling door Landschapspark KIJKduin kijk je met andere ogen naar de wereld om je heen.

James Turrell (en Marcel Minnaert), van Gerrit Willems (Stroom, Den Haag)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

        

 Marcel Minnaert: Het verloop der lichtstralen ineen waterdruppel en het ontstaan van de regenboog.

De dikke lijn geeft het golfoppervlak aan.

           

Puinduinen als podium

De puinduinen vormen letterlijk en figuurlijk het KIJKduin. Icoon en middelpunt van KIJKduin is het Hemels Gewelf van James Turrell. Dit kunstwerk, dat is opgenomen in een internationaal samengestelde lijst van 200 belangrijkste kunstwerken in de openbare ruimte, wordt aangevuld met nieuwe werken, zodat Landschapspark KIJKduin een observatorium wordt.

Op de puinduinen blijft het dankzij de ruimte en de directe nabijheid van de zee mogelijk om het spectaculaire Hollandse of Haagse licht bijna onveranderd en ongehinderd waar te nemen – zolang er geen horizonvervuilende hoogbouw bijkomt. Duinen, strand en zee vormen het ideale decor om naar dat licht te kijken. Het is het licht dat zo kenmerkend is en dat talloze malen anders en telkens weer opnieuw werd vastgelegd door de schilders van de 17de-eeuw en de 19de eeuwse schilders van de Haagse School.

Naast het Hemels Gewelf van Turrell past goed een tweede werk van deze internationaal gerenommeerde kunstenaar, waarin de sensatie van het natuurlijke of juist nagebootst natuurlijke licht en de eigen observatie een rol speelt. Werken van andere kunstenaars die in het gebied komen, worden gekozen op grond van kwaliteit, toegankelijkheid en de visuele sensatie die de kijker moet ondergaan.

Doel is een verzameling kunstwerken bijeen te brengen die van KIJKduin een soort observatorium maken. Door uit te gaan van een vast thema of uitgangspunt (de visuele waarneming) ontstaat samenhang, en versterkt het ene werk het andere. Te denken valt werken van kunstenaars als Olafur Eliasson, Jan Andriesse, Job Koelewijn, Ann Veronica Janssen en andere nog niet zo bekende kunstenaars, die met soms eenvoudige middelen en opstellingen de waarneming van de werkelijkheid kunnen intensiveren.

Kunst wordt in Landschapspark KIJKduin waar mogelijk gecombineerd met toegankelijke wetenschap; met simpele opstellingen die tot doel hebben om op onnadrukkelijke maar verrassende wijze ontdekkingen te doen. Juist voor een breder en/of jonger publiek zijn dergelijke opstellingen leuk en interessant. Het zijn speelse waarnemingen in de geest en traditie van Marcel Minnaert, Vincent Icke en Karel Knip, waarbij alledaagse natuurverschijnselen een nieuwe betekenis krijgen, omdat je er anders naar leert kijken.

Marcel Minnaert: Enkele der belangrijkste haloverschijnselen, schematisch voorgesteld. Uit: De natuurkunde van het vrije veld

Gedacht kan worden aan opstellingen (weer- en wind/vandaalbestendig), die je de schoonheid van een enkele regendruppel laten zien, de breking van het licht in die ene regendruppel; die je uitleggen hoe en wanneer je de groene flits aan zee kunt zien, als de zon net ondergaat, of die je met een eenvoudige uitleg leren hoe het komt dat de zon als die bijna ondergaat (en dus vlak boven de horizon boven zee staat) vaak zo enorm groot lijkt, maar in werkelijkheid niet is – in werkelijkheid – maar wel in het oog van de beschouwer. Dankzij Minnaert weten we dat wanneer je je rug toekeert naar die grote zon boven de horizon, bukt, en door je benen opnieuw gaat kijken, en je tijd neemt, dat je dan een veel kleinere zon ziet (of zou moeten zien). Het zijn dit soort eye openers die de waarneming van alledaagse (natuurlijke) verschijnselen op een speelse manier versterken.

Paviljoen KIJKduin
Belangrijk extra onderdeel van Landschapspark KIJKduin zou een te bouwen cultureel centrum zijn; Paviljoen KIJKduin. Mogelijke locaties voor Paviljoen Kijkduin zijn het gebied waar voorheen het Zeehospitium stond, het gebied van het Hoogheemraadschap, of aan de nieuwe boulevard. Het zou een centrum van kunst en cultuur kunnen worden met meerdere functies:

• observatorium met kunstwerken en opstellingen die de waarneming stimuleren
• tentoonstellingsruimte voor wisselende exposities (kunst, wetenschap, natuur), geënt op het thema visuele waarneming, licht & ruimte
• bezoekerscentrum annex ontmoetingsruimte met informatue over de kunstwerken en wandelroutes
• filmzaal annex ruimte voor kleinschalige symposia en bijeenkomsten
• restaurant-café met een spectaculair KIJKterras dat uitzicht geeft over zee, e n als culturele voorziening onderdeel uitmaakt van KIJKduin.

Den Haag, april 2009/2013

Maarten de Kroon & Gerrit Willems