In ontwikkeling:het Lichtcirculatieplan. Een oorspronkelijk idee van Gerrit Willems & Maarten de Kroon. Het Lichtcirculatieplan is een rondleiding door Den Haag, lichtstad van de wereld. Een reis van het 17de-eeuwse licht in het werk van Vermeer en tijdgenoten (Het Mauritshuis), langs dat van de 19de-eeuwse Haagse Schoolschilders in het Gemeentemuseum en Mesdags Panorama naar de kust, het Hemels Gewelf van Turrell, en dan de zee en de ruimte waar het licht zijn zilvergrijze glans aan ontleent.
Als voorproefje hieronder het voorstel om bij de herinrichting van de badplaats Kijkduin een bijzonder centrum van licht en waarneming te maken: Landschapspark KIJKDUIN >
LANDSCHAPSPARK KUNST & CULTUUR 2020
Den Haag, april 2009
Inleiding
Cultuur speelt in de herontwikkeling van Kijkduin een essentiële rol. De bijzondere identiteit van Kijkduin kan worden versterkt door bij de ontwikkeling van het landschap en de inrichting en bebouwing van de openbare ruimte, cultuur centraal te stellen. Dat vraagt om een samenhangende culturele programmering waarin het hoe prevaleert boven het wat. Culturele programmering is zo mede leidend, en niet louter volgend. Een samenhangende stedelijke, landschappelijke én culturele ontwikkeling van Kijkduin dient meerdere belangen: die van de huidige en nieuwe bewoners van Kijkduin, die van bezoekers en toeristen én die van de gemeente Den Haag, die zich met het nieuwe Kijkduin landelijk én internationaal kan onderscheiden. Als Wereldstad aan Zee, maar ook als Stad van het Hollandse en Haagse licht.
In deze studie worden de kaders geschetst waarbinnen de cultuur in Kijkduin zich optimaal kan ontwikkelen. Door de bestaande kwaliteiten in kaart te brengen wordt duidelijk waarin Kijkduin zich in cultureel opzicht onderscheidt. Vervolgens wordt een cultuur-historisch kader geschetst waaruit blijkt wat Den Haag en Kijkduin verbindt: de aanwezigheid van het geschilderde en bestaande Hollandse en Haagse licht.
Er loopt een directe lijn van de beroemde schilderijen in het Mauritshuis, Panorama Mesdag en het Gemeentemuseum, waarin het Hollandse en Haagse licht een hoofdrol spelen, naar het Hemels Gewelf in Kijkduin; het panorama in de duinen van de Amerikaanse kunstenaar James Turrell. De collecties van de musea tonen de hoogtepunten van het geschilderde Hollandse en Haagse licht, het Hemels Gewelf in Kijkduin is een observatorium voor het natuurlijke ‘Hollandse’ licht. Hier kun je, vanuit de ‘oogkas’ in de puinduinen, het licht en de ruimte als materie ervaren.
Door het licht en de visuele waarneming als centraal thema te kiezen bij de herontwikkeling en culturele programmering van Kijkduin, kan Kijkduin zich in de toekomst niet alleen als familiebadplaats met bijzondere wellness-voorzieningen profileren, maar ook als een bijzondere cultuurbadplaats.
In het voorstel dat in deze studie wordt uitgewerkt, wordt het gebied tussen boulevard en kuststrook tot aan Landgoed Ockenburgh en de Monsterseweg beschouwd als een nieuw soort landschapspark. Dankzij de culturele programmering kan Landschapspark KIJKduin het eerste park ter wereld kunnen worden, waar alle aandacht dankzij de aanwezige kunstwerken primair wordt gericht op de pure waarneming van het licht, de lucht, de ruimte, de natuur en de natuurverschijnselen. Een cultureel landschapspark met een recreatief karakter als ode aan het Hollandse en Haagse licht. Wie over tien jaar Landschapspark en cultuurbadplaats KIJKduin bezoekt kijkt voortaan met andere ogen naar de alledaagse werkelijkheid.
Culturele kwaliteiten Kijkduin
Historisch gezien is cultuur leidend geweest in het ontstaan van de badplaats Kijkduin. Rond 1900 bestond Kijkduin voornamelijk uit enkele aan zee gelegen hotels en het Zeehospitium. De cultuur van Kijkduin was in essentie een badcultuur, waarin natuur (zee, frisse lucht, duingebied) alom aanwezig was. Den Haag lag ver weg.
In 1923 werd Kijkduin dankzij de aanleg van wegen beter bereikbaar, en werd het villapark ‘Meer en Bosch’ opgeleverd, ontworpen door de toonaangevende architecten Duiker en Bijvoet. Het villapark stond in open verbinding met het omliggende natuurlijke duinlandschap en had een grote aantrekkingskracht op kunstenaars, waaronder de Hongaar Lajos d’Ebneth die er halverwege de jaren twintig woonde. De Duitse dadaïst Kurt Schwitters maakte, op bezoek bij d’Ebneth, in diens tuin aan de Zandvoortselaan, een van zijn ‘Merzbau’-werken. In de jaren dertig zouden Clara Eggink en Jacques Bloem er tijdelijk wonen, de dichter van de onsterfelijke regels ‘En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos ter grootte van een krant. Een heuvel met wat villaatjes ertegen.’
In de Tweede Wereldoorlog ging het grootste deel van het villapark van Duiker en Bijvoet verloren, onder andere door de aanleg van de Atlantikwall, waarvan delen in Kijkduin nog steeds te zien zijn. De huidige badplaats Kijkduin is grotendeels in de jaren zestig en zeventig tot ontwikkeling gebracht.
Icoon: Hemels Gewelf
Met de Biënnale Kijkduin, het jaarlijkse Light Art project (kleurrijke lichtbollen tijdens winteravonden) en de Boulevard Organique beschikt Kijkduin in cultureel opzicht over een aantal bijzondere evenementen. Maar als er één plek in Kijkduin is, waar alles wat Kijkduin in cultureel en landschappelijk opzicht bijzonder maakt samenkomt, dan is dat het Hemels Gewelf in de puinduinen aan de Machiel Vrijenhoeklaan: een uniek observatorium van de Amerikaanse kunstenaar James Turrell. Kunstliefhebbers uit de hele wereld komen speciaal voor dit kunstwerk naar Kijkduin.
Als kunstwerk is het Hemels Gewelf de verbindende schakel tussen cultuur en natuur, waarbij de waarneming een centrale rol speelt. Op het nabij gelegen hogere puinduin bevindt zich een tweede observatiepunt waar je het hemelgewelf en het panoramisch uitzicht over de duinen en de zee opnieuw kunt ervaren.
Het observatorium van Turrell is een icoon. Een 21ste eeuws ‘Panorama Mesdag’, dat niet de aandacht op zichzelf vestigt, maar op de waarneming en beleving van de aanwezige natuurlijke elementen: de lucht, de hemelkoepel, het licht, de duinen, het strand, de zee en de horizon.
Bron: de Haagse Beek
Een tweede kunstwerk in Kijkduin dat de aandacht vestigt op de aanwezige natuur is slechts bij een handjevol mensen bekend. Het ligt iets voorbij het restaurant De Haagsche Beek aan de Machiel Vrijenhoeklaan, waar de kunstenaar Krijn Giezen jaren geleden zijn ecologische kunstproject Haagse Beek, Begin en Einde begon. Op zijn verzoek is de bron van de Haagse Beek, die van Kijkduin naar de Hofvijver stroomt, toen zichtbaar gemaakt, en kon je het water vanaf de weg zien. Eén keer per jaar wordt de doorgaande overwoekering van de plaatselijke vegetatie verwijderd, zodat elk jaar opnieuw zichtbaar is waar de Haagse Beek begint.
De Haagse Beek verbindt de grote groengebieden tussen Kijkduin en de Haagse binnenstad. In de periode van 1997 tot 2000 is de Haagse Beek voor een groot deel natuurlijker ingericht, en vormt het opnieuw een ecologische verbindingszone. Dankzij een ingreep van de kunstenaar Ian Hamilton Finlay is tegenwoordig ook te zien hoe de Haagse Beek als een klein watervalletje in de Hofvijver stroomt. Boven de waterval liet hij de tekst Et in Arcadia Ego plaatsen: ook ik was in het paradijs. Het verwijst naar de bron in Kijkduin.
De Haagse Beek verbindt Kijkduin met de binnenstad van Den Haag. De beek heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van Den Haag. In de 13de eeuw was de huidige Hofvijver, dankzij de Haagse Beek, een rustiek duinmeertje. In 1234 liet de Hollandse Graaf Willem II aan dat duinmeertje een buitenhuis bouwen. Daarmee was hij feitelijk de stichter van Den Haag, zijn buitenhuis het begin van het huidige Binnenhof. Tot op de dag van vandaag verbindt de Haagse Beek het centrum van Den Haag met de badplaats Kijkduin.
Kijkduin & Den Haag
Cultureel gezien is Kijkduin geen losstaande badplaats of woonwijk, maar onderdeel van de gemeente Den Haag. Alvorens dieper in te gaan op een culturele programmering voor Kijkduin is het zinvol in kaart te brengen wat Den Haag in cultureel opzicht bijzonder maakt en wat de concrete culturele relatie is met Kijkduin.
Den Haag profileert zich, dankzij de aanwezigheid van de zee en in het bijzonder Kijkduin en Scheveningen, terecht als Wereldstad aan Zee. Den Haag heeft wat Maastricht, Utrecht en Amsterdam niet hebben: de aanwezigheid van de zee, de aanwezigheid van het vele groen, het duinlandschap, de waterwingebieden en aan de andere kant van de stad de polders. De kust is bij uitstek het gebied waar je de geweldige ruimte kunt ervaren; een oneindig vergezicht, een tijdloos panorama.
Wat Den Haag in cultureel opzicht uniek maakt is de kwaliteit van het licht, dat door de eeuwen heen door de Hollandse schilders is vertaald in een enorme hoeveelheid schilderijen, waarvan een groot deel ín Den Haag is te zien. Het beroemde Hollandse licht, dat in de schilderkunst een uniek en internationaal bekend fenomeen is, heeft dankzij de 19de eeuwse ‘schilders van het grijze licht’ zelfs een lokale variant opgeleverd: de Haagse School.
Niet voor niets hebben de makers van de film Hollands Licht, Maarten de Kroon en Gerrit Willems, er eerder al op gewezen dat Den Haag behalve een verkeerscirculatieplan ook een Lichtcirculatieroute zou moeten hebben: een kunstroute die langs diverse culturele Haagse musea en culturele instellingen leidt: langs de hoogtepunten van het Hollandse en het Haagse licht, eindigend in Kijkduin, bij het Hemels Gewelf van James Turrell.
In het Mauritshuis, Museum Bredius en het Haags Historisch Museum is het Hollandse licht te zien in schilderijen van Vermeer, Van Goyen, Van de Velde, Potter, Van Ruisdael, Koninck, Heda en vele andere 17de eeuwse schilders. Stadsgezichten landschappen, zeegezichten en stillevens. Het is de manier waarop de aanwezigheid en werking van het licht door de schilders is gezien en vertaald is in verf op doek, die juist die werken tot hoogtepunten van de Hollandse schilderkunst maken, en daarmee van het Hollandse licht.
Waarneming
De Nederlandse cultuur kenmerkte zich in de 17de eeuw door een bijzondere aandacht voor de waarneming, zowel in de schilderkunst als in de natuurwetenschappen. Sommige schilders experimenteerden met lenzen en de camera obscura, wat het bewustzijn van de waargenomen werkelijkheid en de werking van het licht sterk verhoogde.
Eén van de belangrijkste wetenschappers die ons land ooit gehad heeft, Christiaan Huygens, ontwikkelde in de 17de eeuw in de Haagse regio zijn beroemde en baanbrekende theorie over de werking van het Licht. Aan de Paviljoensgracht schreef Baruch de Spinoza zijn Ethica. Om in zijn onderhoud te voorzien was de wereldberoemde filosoof, een even scherp denker als waarnemer, ook lenzenslijper.
Van het Mauritshuis is het een kleine wandeling naar het Panorama Mesdag, één van de hoogtepunten van de 19de eeuwse Haagse School, en daarmee van het Haagse licht.
Er is een directe relatie tussen Panorama Mesdag en het Hemels Gewelf van Turrell. Beide panorama’s spelen met de waarneming van de kijker, beide werken betreed je door eerst door een donkere gang of trap omhoog te gaan en in beide werken spelen het licht, de ruimte en illusie een belangrijke rol. Het Panorama Mesdag zet de tijd stil, het panorama van Turrell maakt je bewust van de tijd die verstrijkt en de ruimte waarin wij leven.
Na Panorama Mesdag en Museum Mesdag voert de Lichtcirculatieroute naar het Gemeentemuseum, dat beschikt over een prachtige collectie schilderijen van de Haagse School.
'Licht en lucht, dat zijn de grote tovenaars', aldus Jan Hendrik Weissenbruch, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Haagse School. 'We moeten het van boven hebben'.
Schilders van het 'grijze licht' werden ze genoemd, de schilders van de Haagse School. Ze schilderden aan zee en in de duinen bij Kijkduin en Scheveningen, in de stad en in de polder. Geïnspireerd door het werk van hun 17de-eeuwse voorgangers creëerden ze een nieuw soort landschapsschilderkunst waarin het Hollandse en Haagse licht misschien wel het belangrijkste onderwerp was. Dankzij de schilders van de Haagse School heeft Den Haag een soort patent op het Haagse licht als lokale variant op het Hollandse licht.
In het werk van Piet Mondriaan dat in het Gemeentemuseum te zien is, speelt het Haagse licht weliswaar geen rol (wel het Hollandse en het Zeeuwse); zijn abstracte werken worden algemeen beschouwd als puur Hollands, en als ‘diamanten’ van Hollands licht.
Het Hemels Gewelf is het voorlopige eindpunt van de Haagse lichtroute. In dit panorama van Turrell komt alles in al zijn abstractie én concrete tastbaarheid samen: de specifieke kwaliteit van het licht, de bijzondere manier waarop dat licht en de hemelkoepel vanuit het Hemels Gewelf bijna tastbaar worden, het bewustzijn van je eigen waarneming, de sensatie vervolgens van het uitzicht over de duinen en de zee, de ontdekking dat je ook daar onder de hemelkoepel staat, die geleidelijk platter lijkt te worden in de richting van de horizon. Een absoluut bijzondere sensatie. Een samenspel van waarneming, cultuur, natuur, ruimte en licht.
Bij het ontwerpen van zijn Hemels Gewelf liet Turrell zich inspireren en leiden door de boeken van de Nederlands-Belgische sterrenkundige Marcel Minnaert, in het bijzonder diens ‘Licht en Kleur in het Landschap’ uit 1937. Minnaert was een buitengewoon bevlogen wetenschapper, die bij alle waarnemingen die een mens (in de vrije natuur maar ook in de stad) doet, naar natuurkundige verklaringen zocht. Of het nu gaat om de groene flits die je soms aan zee kunt zien als de zon bijna ondergaat, hoe allerlei bijzondere maar alledaagse lichtverschijnselen zijn te verklaren, het zingen van het zand in de duinen, waarom de lichtvlekken onder bomen ellipsvormig zijn en waarom sterren fonkelen.
Landschapspark
De laatste decennia is sprake van een hernieuwde belangstelling voor landschapsparken. Voorbeelden van bestaande landschapsparken met een (deels of gehele) culturele programmering zijn het Nationaal park de Hoge Veluwe/museum Kröller-Muller, Stadpark Sonsbeek, Museumpark Landgoed Oranjewoud en Insel Hombroich, net over de grens in Duitsland. In het Ruhrgebied zijn op dit moment diverse ‘industriële’ landschapsparken in ontwikkeling, die zowel een culturele als puur (lokale) recreatieve funtie hebben. Industrieel erfgoed krijgt zo een nieuwe bestemming, waarin cultuur, recreatie en natuur samengaan.
Door het gebied vanaf de Monsterseweg en Landgoed Ockenburgh tot aan de kuststrook en de boulevard als één geheel te beschouwen, ontstaat een nieuw soort landschapspark. Een aaneenschakeling van verschillende soorten landschappen met verschillende functies (wonen, recreatie, sport, wellness, natuur en cultuur).
In grote lijnen omvat het voorstel voor Landschapspark KIJKduin de volgende onderdelen:
1. Door een culturele en recreatieve wandelroute haaks op de kuststrook te realiseren, die loopt vanaf de Monsterseweg en het Landgoed Ockenburgh, door de verschillende gebieden heen, en eindigt via de puinduinen bij de duinen, de zee en het Deltaplein, ontstaat Landschapspark KIJKduin. De wandelroute wordt inhoudelijk geprogrammeerd met observatiepunten, informatiepunten en kunstwerken.
2. Op de twee puinduinen, waar de wandelroute doorheen loopt, wordt een deelgebied ontwikkeld onder de noemer KIJKduin: een verzameling kunstwerken en ingrepen in het landschap maakt van dit gebied letterlijk een KIJKduin. De puinduinen vormen een podium voor kunstwerken. De kunstwerken worden in opdracht gemaakt, primair ontwikkeld vanuit de visuele waarneming, en vormen samen een observatorium van licht, lucht en ruimte als ode aan het Hollandse en Haagse licht.
3. Op een nog nader te bepalen locatie aan de kust wordt een centrum voorzien onder de noemer Paviljoen KIJKduin, dat een aantal functies in zich verenigt: centrum voor kunst & cultuur, tentoonstellingsruimte en bezoekerscentrum, als onderdeel en tegelijkertijd verbindend element van het landschapspark, observatorium KIJKduin en de badplaats aan het Deltaplein.
Landschapspark KIJKDUIN
Wat Landschapspark KIJKduin uniek maakt is de culturele programmering van de omgeving, die er op gericht is om de zintuigen van de bezoeker te prikkelen en stimuleren. Landschapspark KIJKduin wordt een omgeving waar de visuele waarneming wordt geïntensiveerd: de ruimte, de natuur, de verschillende landschapstypen en het Hollandse/Haagse licht dat zo bijzonder is dankzij de aanwezigheid van de zee.
Landschapspark KIJKduin maakt onderdeel uit van de Haagse Lichtcirculatieroute, en sluit zo aan bij de collecties van de belangrijke Haagse musea (Hollands licht / Haags licht). De programmering is nadrukkelijk gericht op een breed geïnteresseerd publiek. De te realiseren kunstwerken en observatiepunten prikkelen de nieuwsgierigheid, wekken verbazing, spelen met de waarneming, openen je ogen, laten je iets nieuws zien, of iets bekends - maar dan op een nieuwe manier.
Een bezoek aan Landschapspark KIJKduin zou te vergelijken moeten zijn met de sensatie die je ondergaat als je het Panorama Mesdag opnieuw of voor het eerst ziet. Het gaat om die plotselinge sensatie die er voor zorgt dat je, al is het maar even, buitengewoon verbaasd bent over wat je ziet. Na een bezoek aan of wandeling door Landschapspark KIJKduin kijk je met andere ogen naar de wereld om je heen.
1. Wandelingen & verbindingen
Door de wandelroutes cultureel te programmeren, en te voeden met kunstwerken, informatiepunten (geschiedenis van de plek) en observatiepunten (natuurbeleving), krijgen de wandelingen en de manier waarop het gebied wordt ervaren een nieuwe dimensie. De wandelroute kan desgewenst puur recreatief zijn, dus ontspannend; dankzij de culturele programmering zou je de wandelroute zelf ook als kunstwerk kunnen zien.
De centrale route loopt vanaf de Monsterseweg, door en langs het Landgoed Ockenburgh, landgoed Santvoort, het Santvoortsche bos dat nu bekend is als het Hyacinthbos. Een bijzondere omgeving, met natuur- en cultuurhistorische waarde, waar nog sporen zijn teruggevonden uit de Bronstijd en de Romeinse tijd. Het eerste landgoed Ockenburgh dateert uit de 17de eeuw, toen Jacob Westerbaen er zijn huis liet bouwen en het landgoed liet aanleggen. Halverwege de 19de eeuw werd landgoed Ockenburgh vernieuwd en ingericht naar de toen heersende opvattingen van wat nu de vroege landschapsstijl wordt genoemd.
Het is een gebied met een rijke historie, grenzend aan de omliggende natuurgebieden; een plek dus waar natuur, cultuur en geschiedenis samenkomen. Door op een aantal plekken (observatiepunten/kunstwerken) de aandacht te vestigen op de culturele geschiedenis, de bijzondere natuur, de zichtlijnen die zo typerend zijn voor de vroege landschapsstijl, komt het gebied op een nieuwe, andere, verfrissende manier tot leven. Middelen die worden ingezet worden ontwikkeld door kunstenaars in samenwerking met wetenschappers.
Door Landgoed Ockenburg door middel van de wandelroute direct zeewaarts te ontsluiten, maakt het onderdeel uit van het Landschapspark. De wandeling loopt vervolgens langs of over de begraafplaats naar de sportvelden. Ook deze plek, richting de puinduinen, is cultuurhistorisch interessant. Hier lag ooit het vliegveld Ockenburgh/Kijkduin (aangelegd rond 1919), dat in de begindagen van de oorlog nog een rol heeft gespeeld. Op en boven vliegveld Ockenburgh werd in de meidagen intensief gevochten en speelde zich een luchtgevecht af. Een historische plek.
De wandelroute gaat verder richting de puinduinen.Voorstel is de twee puinduinen met elkaar te verbinden door een hooggelegen voetgangersbrug, zodat de wandelaar van duintop naar duintop gaat. Een visuele sensatie, die wordt versterkt door het plotseling ruimtelijke uitzicht over de duinen richting de zee.
2. KIJKduin: puinduinen als podium
De twee puinduinen vormen in Landschapspark KIJKduin het centrale podium voor te realiseren kunstwerken. De puinduinen vormen letterlijk en figuurlijk het KIJKduin, en zijn in cultureel/kunstzinnig opzicht het hoogtepunt van de wandeling.
Icoon en middelpunt van KIJKduin is het Hemels Gewelf van James Turrell. Dit kunstwerk, dat is opgenomen in een internationaal samengestelde lijst van 200 belangrijkste kunstwerken in de openbare ruimte, wordt aangevuld met nieuwe werken, zodat Landschapspark KIJKduin een observatorium wordt.
Op de puinduinen blijft het dankzij de ruimte en de directe nabijheid van de zee mogelijk om het spectaculaire Hollandse of Haagse licht bijna onveranderd en ongehinderd waar te nemen. Duinen, strand en zee vormen het ideale decor om naar dat licht te kijken. Het is het licht dat zo kenmerkend is en dat talloze malen anders en telkens weer opnieuw werd vastgelegd door de schilders van de 17de-eeuw en de 19de eeuwse schilders van de Haagse School.
Observatorium: kunstwerken & wetenschap
Naast het Hemels Gewelf van Turrell past goed een tweede werk van deze internationaal gerenommeerde kunstenaar, waarin de sensatie van het natuurlijke of juist nagebootst natuurlijke licht en de eigen observatie een rol speelt. Werken van andere kunstenaars die in het gebied komen, worden gekozen op grond van kwaliteit, toegankelijkheid en de visuele sensatie die de kijker moet ondergaan.
Doel is een verzameling kunstwerken bijeen te brengen die van KIJKduin een soort observatorium maken. Door uit te gaan van een vast thema of uitgangspunt (de visuele waarneming) ontstaat samenhang, en versterkt het ene werk het andere. Te denken valt werken van kunstenaars als Olafur Eliasson, Jan Andriesse, Job Koelewijn, Ann Veronica Janssen en andere nog niet zo bekende kunstenaars, die met soms eenvoudige middelen en opstellingen de waarneming van de werkelijkheid kunnen intensiveren.
Kunst wordt in Landschapspark KIJKduin waar mogelijk gecombineerd met toegankelijke wetenschap; met simpele opstellingen die tot doel hebben om op onnadrukkelijke maar verrassende wijze ontdekkingen te doen. Juist voor een breder en/of jonger publiek zijn dergelijke opstellingen leuk en interessant. Het zijn speelse waarnemingen in de geest en traditie van Marcel Minnaert, Vincent Icke en Karel Knip, waarbij alledaagse natuurverschijnselen een nieuwe betekenis krijgen, omdat je er anders naar leert kijken.
Gedacht kan worden aan opstellingen (weer- en wind/vandaalbestendig), die je de schoonheid van een enkele regendruppel laten zien, de breking van het licht in die ene regendruppel; die je uitleggen hoe en wanneer je de groene flits aan zee kunt zien, als de zon net ondergaat, of die je met een eenvoudige uitleg leren hoe het komt dat de zon als die bijna ondergaat (en dus vlak boven de horizon boven zee staat) vaak zo enorm groot lijkt, maar in werkelijkheid niet is (het is n.l. een vorm van gezichtsbedrog). Het zijn dit soort eye openers die de waarneming van alledaagse (natuurlijke) verschijnselen op een speelse manier versterken.
Naast vaste opstellingen, speciaal voor KIJKduin gemaakt, kan er mogelijk ook ruimte vrijgemaakt kunnen worden voor een gebiedsatelier, waar kunstenaars op uitnodiging kunnen werken aan tijdelijke opstellingen en/of tentoonstellingen.
Landschapspark KIJKduin is tegelijkertijd ook de plek waar de bestaande Biënnale Kijkduin, in ieder geval voor een deel, kan plaatsvinden, waarmee de Biënnale Kijkduin zich verder kan ontwikkelen als een bijzondere en blijvende tweejaarlijkse manifestatie.
De wandelroute gaat vanaf de puinduinen verder, over de Machiel Vrijenhoeklaan heen (mogelijk d.m.v. een kunstwerk of alternatief ‘ecoduct’), door de duinen naar de kust, langs het voormalig Zeehospitium naar de boulevard, dat zowel eind-als beginpunt kan zijn.
3. Paviljoen KIJKduin
Belangrijk extra onderdeel van Landschapspark KIJKduin is een cultureel centrum, dat we in deze fase van de planvorming Paviljoen KIJKduin zullen noemen. Mogelijke locaties voor Paviljoen Kijkduin zijn het gebied waar voorheen het Zeehospitium stond, het gebied van het Hoogheemraadschap, of aan de nieuwe boulevard. Het zou een centrum van kunst en cultuur kunnen worden met meerdere functies:
• observatorium met kunstwerken en opstellingen die de waarneming stimuleren
• tentoonstellingsruimte voor wisselende exposities (kunst, wetenschap, natuur), geënt op het thema visuele waarneming, licht & ruimte
• bezoekerscentrum annex ontmoetingsruimte met informatue over de kunstwerken en wandelroutes
• filmzaal annex ruimte voor kleinschalige symposia en bijeenkomsten
• restaurant-café met een spectaculair KIJKterras dat uitzicht geeft over zee, en als culturele voorziening onderdeel uitmaakt van KIJKduin.
Hoewel Paviljoen KIJKduin in de huidige opzet geen museum is, zou het op bezoekers wel een museale aantrekkingskracht moeten hebben. Samen met de omliggende kunstwerken en de wandelroute die door het Landschapspark KIJKduin loopt, heeft het hele gebied de potentie om gedurende vier seizoenen een breed geïnteresseerd publiek te trekken. Het één versterkt uiteindelijk het ander. Samen vormen de kunstwerken, de wandelroute(s) en Paviljoen KIJKduin een extra reden om naar cultuurbadplaats Kijkduin te gaan, en telkens terug te komen.
Den Haag, april 2009
© Maarten de Kroon & Gerrit Willems
Met dank aan Jan Wijle (Stroom) en Hanneke Besseling (Biënnale Kijkduin)
Opdrachtgever:
Gemeente Den Haag, DSO
Stroom Den Haag