KITSCH Unedited > Uitgave De Pont, Tilburg - Teksten: Hans Aarsman, Jan Andriesse, Michael Baxandall, Barbara Bloom, Jan Maarten Boll, Michel Denée, Jan Dibbets, Marlene Dumas, Dorothea Franck, Rudi Fuchs, Kees de Goede, Tijs Goldschmidt, Susanna Heller, Hans van Hoek, Edwin Jacobs, Hans Janssen, Alex Katz, Niek Kemps, Axel en Helena van der Kraan, Maarten de Kroon, John Massey, K. Michel, Martin Reints, Jan Roeland, Hans Roodenburg, Geoffrey Sachs, Jane Sachs, Marien Schouten, Han Schuil, Bill Toole, Luc Tuymans, Marcel Vos, Robert Walker, Adrian Walkton Smith, Marijke van Warmerdam, Dirk van Weelden, Guido de Werd, Ina van Zyl.
232 pagina's N/E
ISBN 90-745-2922-4
€15,-

________________________

                                                                                              

> Kitsch, muziek, lust en liefde                                                    

Iedereen weet wat kitsch is. Zeker als het om muziek gaat. Kitsch is Beethovens Alle Menschen werden Brüder op het Irakese slagveld gespeeld en kitsch is een dikke gedrogeerde Elvis Presley die Love me tender zingt en kitsch is Wagners Teutoonse effectbejag in megalomane übersymfonische vorm en kitsch is Mahlers Adagio in de film Dood in Venetië en kitsch is Helmut Lotti die na Greensleeves het Ave Maria zingt en kitsch is de muziek van Arvo Pärt die heiliger lijkt dan alle vingerkootjes van Jezus bij elkaar. Dat alles is kitsch, maar misschien ook wel niet.

Het probleem met kitsch is dat je denkt dat je weet wat het is. Het lijkt een bruikbaar woord. Je kunt over kitsch praten en de ander weet wat je bedoelt. Alsof kitsch niet alleen een begrip is maar ook eigenschap. Maar zodra je kitsch moet definiëren ontglipt het je, als een ijle ongrijpbare boventoon. Kitsch lijkt in die zin op kunst. Iedereen weet dat de Mona Lisa grote kunst is maar niemand kan zeggen wat het precies is dat het tot grote kunst maakt. Wie kan uitleggen wat een meesterwerk tot een meesterwerk maakt kan misschien zeggen wat kitsch tot kitsch maakt.

Kitsch is even onvertaalbaar gebleken als ondefinieerbaar. Kitsch lijkt zich tot kunst te verhouden zoals lust zich tot liefde verhoudt. Kitsch lijkt op schijnkunst (Dikke van Dale), maar niet alle schijnkunst is kitsch. Zeker is dat aan kitsch waarden worden toegekend die haaks staan op oprechtheid, waarheid en oorspronkelijkheid. Maar hoe bepaal je wanneer kunst kunst is, en schijnkunst schijnkunst? Als kunst waar, oorspronkelijk en oprecht is, moet kitsch niet waar (en niet oorspronkelijk en niet oprecht) zijn. Hoe meet je waarheid, oprechtheid, oorspronkelijkheid? Op welke weegschaal kun je dat wegen? Of moet je zeggen: op wiens weegschaal? En als het om muziek gaat: is kitsch een eigenschap van de muziek zelf, wordt het kitschgehalte bepaald door de context, de maker of door de luisteraar?  

De vraag of iets kitsch is of niet leidt meestal tot een discussie over persoonlijke smaak. Als je kijkt waar het woord vandaan komt ligt dat voor de hand. Het begrip kitsch is zo goed als zeker een 19 de -eeuwse Duitse uitvinding van de heersende klasse om de verkeerd begrepen smakeloze 'kunst' van de opkomende lagere klasse (en nouveaux riches!) te kunnen veroordelen. Een woord voortgekomen uit minachting, en misschien zelfs angst, voor de opkomst van de massacultuur. Verkitschen: goedkoop maken.

In de ogen van de kenners verkwanselde kitsch de waarden en schoonheid van de kunst. Kitsch nam schaamteloos van de kunst en maakte goedkoop wat mooi was. Handelaren verkochten hun smakeloze producten (muziek, schilderij, meubel - liefst in steeds hogere oplagen) als iets van bijzondere waarde aan een publiek dat meende met kunst van doen te hebben, maar in feite bij gebrek aan kennis en smaak genoot van een smakeloos misverstand. Kitsch deed zich voor als kunst maar was het, in de ogen van de kenners, absoluut niet. Als de hoge cultuur leende van de lage, dan heette het overigens geen kitsch. Als Gustav Mahler volkse melodieën in zijn muziek verwerkte was dat op z'n hoogst misplaatst. Het getuigde niet van goede smaak.

Kitsch is per abuis een kwestie van smaak en van geen smaak geworden, want uiteindelijk gaat kitsch niet over smaak. Wie zegt dat de muziek van Mantovani, Helmut Lotti, Andre Rieu of Carl Orff kitsch is, omdat de muziek getuigt van slechte smaak, maakt een vergissing. Smaak is een esthetisch oordeel, en esthetische oordelen zijn -als het om kitsch (of kunst) gaat- niet betrouwbaar, zeer persoonlijk en bovendien tijd- en cultuurgebonden. Alle mensen hebben smaak, alleen niet dezelfde. Smaak bepaalt niet wat kitsch is, althans, niet in objectieve zin.  

  Maar kitschmuziek, zo wordt gezegd, is uit op goedkoop effectbejag. Kitschmuziek is uit op instant-emoties, wil behagen, ontroeren of plezieren. Dat mag zo zijn, maar alle muziek is uit op effect. Zowel de religieuze muziek van Hildegard von Bingen als André Hazes' Zij gelooft in mij ? De meest clichématige muziek is in staat een reactie op te roepen (verdriet, blijdschap, een spiritueel gevoel, een herinnering, angst). Muziek werkt onderhuids, en componisten, musici en filmmakers weten dat. Wie de film De ondraaglijke lichtheid van het bestaan heeft gezien kan nooit meer naar delen uit Leos Janáceks On the overgrown path luisteren zonder even aan de film te denken. De muziek hielp ons om wat we zagen, en dus meemaakten, nog dieper en dramatischer te ervaren. Janáceks klanken waren ook in deze nieuwe context zeer effectief.  

Dat muziek de mens zo gemakkelijk kan raken is van alle culturen en alle tijden. Volgens Homerus kon muziek, of zo men wil gezang, zelfs dodelijk zijn. Daarom liet Odysseus zich aan de mast van zijn schip vastbinden toen hij langs de Sirenen moest varen. Wie de gezangen van de Sirenen hoorde wilde niet verder en zou sterven. In de gezangen van de Sirenen herkende Odysseus volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk zijn eigen ik. Muziek resoneert het 'ik'. Dat is een eigenschap van het 'ik' in relatie tot muziek. De Sirenen waren zich bewust van dat effect. Net zoals Madonna zich bewust is wat haar muziek (en verpakking) doet.

Zelfs met de meest onpersoonlijke door het toeval bepaalde compositie van de 20 ste eeuw was de maker ervan, de componist John Cage, uit op effect. Met zijn beroemde 4'33 (4 minuten en 33 seconden gecomponeerde stilte) wilde Cage dat de mensen in de zaal zich bewust zouden worden van de toevallige geluiden om hen heen, waardoor ze zouden beseffen dat je muziek kunt horen in wat je op elk moment van de dag -toevallig- om je heen hoort.

Je zou je kunnen afvragen of er dan verschil is in de manier waarop mensen muziek ondergaan en ervaren. Dan zou je emoties moeten meten, om te zien of zogenaamde kitschmuziek andere emoties oproept dan 'kunstmuziek'. Het lijkt mij een interessante onderzoeksvraag, maar of het iets zegt over wat kitsch tot kitsch maakt vraag ik mij sterk af. Ik zou het verschil niet weten tussen de diepgevoelde emoties die mensen ervaren in de Arena, tijdens een concert van Andrea Bocelli, en de waarschijnlijk even diepgevoelde emoties in het Concertgebouw tijdens een uitvoering van Verdi's Nabucco .

Dat de muziek van Bach veel complexer en gelaagder is dan die van Shakira is een feit, en dat de ene persoon blijkbaar sneller ontroerd wordt door eenvoud dan door complexiteit in de muziek is dat ook. Maar dat zegt nog niets over de vraag of het een kitsch is en het ander niet. En tegenover het argument dat kitsch steelt van de (hoge) kunst om het in hapklare (smakeloze?) brokken aan de man te brengen, staan eeuwen muziekpraktijk waarin iedereen van iedereen leert, leent en steelt, om er -in een andere context, die niets meer te maken heeft met het oorspronkelijke kunstwerk- iets mee te doen. Hoog haalt het van laag, en laag van hoog. En tranen zijn tranen. Als Milan Kundera stelt dat kitsch niet de eerste traan is die we huilen om wat we zien (of horen), maar de tweede traan die we laten, omdat we ons plotseling beseffen hoe fijn het toch is dat we, samen met de hele mensheid, zo geraakt zijn, dan is die tweede traan ook geen kitsch, maar een signaal van een gedeeld mens-zijn, dus van menselijk bewustzijn.   

Als we al een scheiding kunnen aanbrengen tussen muziek en kitschmuziek, dan moeten we ons verplaatsen van de tranen van de luisteraar naar de intenties van de maker en de context. Ons afvragen met welke intentie de componist de muziek heeft geschreven: oprechte of onoprechte intenties. Mogelijk dat het antwoord op die vraag ons dichterbij de essentie brengt van wat kitsch is, al maakt het de (be)oordelaar van wat kitsch is en wat geen kitsch is, wel tot een morele scherprechter met bovendien een groot inzicht in de beweegredenen van componisten en, om het nog iets complexer te maken, ook de uitvoerders. Want Strange Fruit (over de Amerikaanse rassenmoorden) gezongen door Billy Holiday, is toch heel iets anders dan Strange Fruit gezongen door Paris Hilton in een van de chique casino's van Las Vegas, als vorm van zorgeloos entertainment. Dat kun je een kwestie van smaak noemen, of van slechte smaak. Wat mij betreft het laatste. Wie het kitsch noemt, doet dat niet op grond van smaak, maar op grond van morele overwegingen.

Het fascinerende is dat kitsch vanaf het moment dat het woord werd uitgevonden die merkwaardige dubbele veroordeling in zich heeft gedragen: smakeloos en moreel verwerpelijk. Wie kitsch zei, zei smakeloos en in een adem door: klassenverschil. Met de term kitsch distantieerde de gevestigde orde zich van de lagere klasse en de nouveaux riches. Want wat wisten zij van kunst? Niets. Ze houden   van prullaria, van namaak, van gestolen waar uit de kerk van de kunst; het nieuwe domein van het geloof in zelfverwezenlijking (en verheffing). Kitsch was artistiek bedrog. Zoals alleen ware gelovigen dankzij goed leven en veelvuldig kerkbezoek en bidden en bijbellezing in de hemel komen, zo kunnen alleen de ware kenners van de hoge kunsten dankzij hun klasse en inzicht ware kunst waarderen.

In de beoordeling, of liever gezegd veroordeling van kitsch, lijken soortgelijke argumenten te worden gehanteerd als die door de aanhangers van het ware geloof gebruikt worden om het goede van het kwade te onderscheiden. Kitsch is als het Gouden Kalf. Het misleidt. Kitsch is bedrieglijk en namaak. Kitsch is imitatie, leugen en bedrog, doen geloven en willen geloven. Kitsch is voor de luie massa en luiheid, zo weten we, is het oorkussen van de duivel.

Dat kitsch het werk van de duivel was mag wel blijken uit het feit dat kitsch zich zonder enige vorm van marketing wereldwijd verspreidde. Kitsch vermenigvuldigde zich zoals sinds het einde van de 19 de eeuw alles kon worden vermenigvuldigd - zelfs het kunstwerk. Dankzij avant-garde denkers als Broch, Adorno en Greenberg werd het woord kitsch verder opgerekt en aangescherpt. Kitsch was 'het kwaad in het waardesysteem van de kunst', aldus Hermann Broch. Kitsch was 'de boosaardigheid van een algehele levensvalsheid'. Adorno veroordeelde elke vorm van lichte muziek en alle vormen van vulgair muzikaal winstbejag als uitingen van kitsch en fascisme.

Als we de visie van de Talibaan van de avant-garde overnemen, dan is kitsch alom en ook niet langer gerelateerd aan de kunst alleen. Cash is King, Kitsch is King. Kitsch is consumentisme, toerisme, kapitalisme, marketing, globalisme. Kitsch is als Bush zegt dat hij de wereld vrijheid brengt. Kitsch is alle merkkleding die ons wil doen geloven dat we niet een spijkerbroek of polo aantrekken, maar een imago gevuld met exclusieve waarden (authentiek en uniek). Wij eten kitsch en luisteren naar kitsch en kijken naar kitsch en kleden ons in kitsch en leven in kitsch.

Als alles wat vanuit oprechte en oorspronkelijke bedoelingen wordt gemaakt geen kitsch is, dan is veel wat nu als kitsch wordt gezien geen kitsch, en veel wat niet wordt gezien als kitsch het wel. Daarmee is het probleem alleen niet kleiner maar groter geworden. Als onze cultuur zo vermengd is met en bepaald wordt door kitsch, hoe wapenen we ons dan nog tegen de invloed van kitsch. Hoe weten we zeker dat we zelf vrij van kitsch zijn, en dus deel van de oplossing in plaats van deel van het probleem. Het antwoord op die vraag is uiteindelijk een puur persoonlijke. Misschien heeft kunst kitsch wel nodig. Om te weten wat het verschil is. Om te weten waartoe je je moet verhouden. Daar helpt geen definitie aan omdat het om betekenis gaat; de betekenis die je er aan geeft. Dat weten overstijgt de wereld van definities, begrippen en verklaringen. Het is als met weten wat liefde is. Een ijle ongrijpbare boventoon die je ontglipt zodra je er over begint te denken.

c Maarten de Kroon 

Jan Andriesse bij De Pont